De buurman die ik nooit groette
Drie jaar woonden we naast elkaar zonder elkaars naam te kennen. Tot het op een ochtend bijna te laat was om dat te veranderen.

Drie jaar lang knikten we naar elkaar zonder iets te zeggen. Hij rookte een sigaret op zijn stoep, ik haalde de fiets uit de garage. Een halve glimlach, soms een kort gebaar. Niets meer.
Op een ochtend stond een ziekenwagen voor zijn deur. Ik wist niet eens hoe hij heette om naar hem te vragen. Dat schaamde me dieper dan ik verwachtte.
Toen hij thuiskwam ben ik gaan aanbellen, met een doos koekjes en een onhandig verhaal. Hij heet Marc. Hij houdt van schaken, van oude westerns en van zoete koffie. Hij heeft sinds vorig jaar een hond.
Sindsdien drinken we om de twee weken iets samen. Niks bijzonders. Geen lang gesprek, geen diepe vriendschap. Maar wel: een naam, een gezicht, een verhaal. Genoeg om te weten dat ik niet alleen op deze straat woon.
